In de winter van 1994/95 , heb ik de kerstdagen en oud en nieuw doorgebracht aan de andere kant van de wereld, namelijk Chili en Argentïe, om precies te zijn Patagonïe en Vuurland, waarmee ik een lang gekoesterde droom verwezenlijkte.
Deze reis werd georganiseerd door deen duurde vier weken.
Hieronder treft u een reis beschijving.
PATAGONIE en VUURLAND
Donderdag 8 December '94
Het is inmiddels 21 uur als ik de rest van het reisgezelschap in de vertrekhal van Schiphol aantreft, waar het verder uitgestorven is. Ons vliegtuig is duidelijk het laatste toestel dat vandaag vertrekt.We maken kennis met Wim, onze reisbegeleider. Om 23.45 uur vertrekt een volledig afgeladen Boeing richting Santiago de Chili, rond 14 uur plaatselijke tijd zetten we voet op Chileense bodem. Wim regelt dat de bus ons voor het hotel afzet. Hotel Cervantes ligt mooi in het centrum, verder is het niet veel bijzonder of het moet zijn dat ze stelselmatig de koud en warmwater leiding hebben omgewisseld. Na het inchecken volgt een stadsrondwandeling met Wim als gids. Onze kleine excursie eindigd op de "Plaza de Armas". Een schitterend plein met mooie ( voor mij nog onbekende ) bomen, wat mede door het mooie weer (30°C) druk bevolkt is.
De volgende ochtend zijn we op eigen gelegenheid Santiago gaan ontdekken. s'Middags vertoeven we nog even op een van de vele terrasjes op het "Plaza de Armas". In een aantal taxi's worden we met onze bagage naar het station gebracht voor de treinreis naar Temuco. Rond het station is het een drukte van belang en overal staan kraampjes met eten, kleding, speelgoed en kerstspullen, want het is bijna kerstmis en ook al is het 30 graden buiten is dat nog geen reden omdat niet te vieren. De voor ons gereserveerde treinwagons overtreffen alle verwachtingen. Ondanks de vergevorderde leeftijd van de wagons (bouwjaar 1928) zijn ze zeer comfortabel. De trein arriveert om 8.30 uur in Temuco, een plaats in Araucania, waar we werden opgewacht door twee chauffeurs met busjes welke de komende dagen onze begeleiders zullen zijn bij een aantal trektochten. De voorstelling die ik had van Temuco moet grondig worden herzien. Geen Indiaan te zien, het lijkt wel Duitsland of Oostenrijk maar dan Spaans talig.
s'Middags rijden we richting Curacautin. Rond 4 uur arriveren we op onze kampeerplek aan het Laguna Captren, een vulkanisch meertje aan de voet van de Llaima vulkaan in het Nationaal park Conguillo.(foto Llaima vulkaan 48k)
Bij het opstaan regent het en is de vulkaan aan het oog onttrokken. Op het programma staat de beklimming van de 3000 meter hoge Llaima vulkaan. In een lichte miezer regen gaan we oppad, waarbij we over uitgestrekte lava velden lopen. Al heel snel verandert de miezer in zware regen met storm. Deze regen, als mede de vermoeidheid van een aantal deelnemers is de reden om terhoogte van de sneeuwgrens rechts omkeer te maken. Door het slechte zicht verdwalen we daarna prompt. Het resultaat is dat we in een dicht loofbos terecht komen met weliswaar de beroemde "Nothafagus" Beuken maar met een moreel bij de meeste van nul komma nul. Dit belooft wat als het weer slecht blijft. Met veel moeite keren we uiteindelijk doornat terug op de kampeerplek. Het drogen en weer opwarmen gebeurt in een restaurant 5 km verderop. De restauranthouder is zo vriendelijk om de openhaard voor ons aan te steken en soep voor ons klaar te maken. Het moreel in de groep wordt weer wat beter met stijgen van de lichaamstemperatuur.
De volgende ochtend word de tent drijfnat ingepakt, onze tocht door het Sierra Nevada gebergte vervalt i.v.m. de grote hoeveelheid sneeuw daar. Nu word het een toeristische tocht met de busjes, waarbij we inkopen doen in Curacautin. Op het Plaza de Armas gebruiken we, onder toeziend oog van de plaatselijke jeugd, de lunch. Vroeg in de middag vertrekken we naar het dorp Malalcahuello.Na de maaltijd gaan we het eten en de kampeer uitrusting voor de komende trektocht rond de Longuimay vulkaan verdelen.
Aan de Z.O. kant van de vulkaan begint onze tocht. De tocht voert noordwaarts over grote as- en puinvelden. In tegenstelling tot onze eerdere beklimming van de Llaima vulkaan is het nu schitterend weer, waardoor iedereen in een prima stemming is. In de loop van de middag dalen we af en belanden in een bamboebos, doordat de nog steeds dampende lavastroom het pad en een groot gedeelte van het bos heeft opgeslokt. Verderop hebben we moeite met het terug vinden van de trail. Ook worden we ontdekt door de dazen, waar we de resterende dagen nog veel last van zullen krijgen. Rond 6 uur gaan Wim, Piet en ik op zoek naar een geschikte kampeer plek waarbij Piet in een moeras terecht komt en tot zijn middel wegzakt. Met veel pijn en moeite lukt het hem om er op zijn buik uit te komen. Piet heeft er direct genoeg van en stelt voor om op het droge te kamperen. Dit voorstel word unaniem aangenomen.De volgende dag hebben we veel problemen om het juiste pad te vinden en lopen daardoor weer geruime tijd door bamboe bos. Uiteindelijk vinden we het juiste pad. Tot overmaat van ramp eindigt de oversteek van een riviertje voor Piet in een forse duik voorover het water in. Binnen 12 uur is dit de tweede keer dat hij een nat pak haalt en de grappen hierover laten niet lang op zich wachten maar gelukkig ziet hij er zelf de humor er wel van in. Rond 4 uur wordt het pad ineens versperd door een kolkende beek. Een deel van de groep gaat op zoek naar een oversteekplaats. Piet heeft hier geen zin in, hij heeft toch al een nat pak en besluit gewoon over te steken. Ik kleed me toch maar uit en steek de beek over, de rest van de groep volgt uiteindelijk eveneens volgens de zelfde route.
Het beekje blijkt langs zo'n schitterende kampeerplek te lopen, dat het besluit om hier de tenten op te zetten snel genomen is. Nadat de tenten zijn op gezet ligt de hele groep nog geen 15 min. later te spartelen in de beek. s'Avonds gaat bij het kampvuur (van ons afval) de whisky fles van mond tot mond en wordt het héél gezellig.
De volgende dag wordt er tijdens het eerste uur in rap tempo, op een prima pad, gelopen. Te goed naar ons gevoel. Het voorgevoel blijkt helaas te kloppen aangezien we de afbuiging naar het zuidwesten hebben gemist. Ons pad blijkt dood te lopen op de Rio Alalca. Wim besluit om dwars door de dichte bamboe vegetatie in zuidelijke richting het pad weer op te zoeken. Door van boom tot boom onze uitgezette koers te lopen bereiken we met veel zwoegen het pad weer. We hebben in totaal 4 uur verspeeld en een groot deel van de groep is zo vermoeid dat ze eigenlijk direct hun tent willen opzetten. Als we uiteindelijk op een bosweg belanden met 150 meter onder ons een geschikte kampeerplek is de beslissing niet zo moeilijk.(foto kamp 3 - 48k)
Zaterdag 17 December 1994. We zijn wat vroeger opgestaan om de verloren tijd van gisteren goed te maken. In tegen stelling tot eerdere dagen verdwalen we niet en zijn bamboebossen alsmede de zeer irritante dazen verdwenen. Na een zeer snelle wandeling staan we rond het middag uur aan een klein meertje in de buurt van Laguna Blanca. Ik hoef me geen twee keer te bedenken om het stof van de afgelopen dagen van me af te spoelen, ofschoon het water ijzig koud is duik ik er toch in.
Ter afsluiting van deze vierdaagse tocht doen we ons s'avonds tegoed aan een echte Chileense maaltijd, veel vlees en wijn. Vroeg in de ochtend zitten we al weer in de busjes, richting Temuco. Hier hebben we tijd om wat inkopen te doen, de whisky voorraad moest weer worden aangevuld. Daarna rijden we in vijf uur, over de Pan American Highway, naar Puerto Montt.
We vallen met onze neus in de boter. In de stad is een groot feest aan de gang, een voetbal elftal is kampioen geworden. Na een tweetal afzakkertjes,één in een bar en de andere bij Piet en Ineke op de kamer, vallen rond middernacht onze ogen dicht.
Vandaag staat het Alerce Andino park op het programma. Rijdend langs de kust bereiken we na 1,5 uur het park.
Het Alerce Andino park is één van de weinige regenwouden in Chili en het is genoemd naar de boom Alerce, een familielid van de N. Amerikaanse Redwoods. Hoewel we zeggen en schrijven maar één exemplaar zijn tegengekomen schijnen er in het meer ontoegankelijke deel van het park exemplaren van meer dan 4000 jaar oud aanwezig te zijn. Ondanks deze tegenvaller is het lopen in dit bos juist een feest. We zitten echt in de rimboe en moeten ons een weg zoeken over haast onbegaanbare paden, ons vasthoudend aan liane en omgevallen bomen. Het pad voert naar een hogerop gelegen meer. Helaas krijgen we geen beloning voor ons gezwoeg daar we niet dicht genoeg bij de oever van het meer kunnen komen tengevolge van de hoge waterstand..
De volgende ochtend om 9 uur zitten we in de busjes op weg naar het vliegveld van Puerto Montt waar we afscheid nemen van de twee chauffeurs. Met een vertraging van een uur vliegen we zuidwaarts naar Punta Arenas waar we onze intrek nemen in hotel Oviedo. We merken dat we 1500 km Zuidelijker zijn gevlogen. De temperatuur is nog maar 13°C en er staat veel wind. Met piet,Ineke en Remco maak ik een wandeling en lopen over het strand langs de"Straat van Magellan".We bezoeken het standbeeld van Magelanes om over de teen van het standbeeld te wrijven , omdat dat geluk schijnt te brengen.
De volgende ochtend ontbijten we pas om 9 uur maar wel met warme broodjes, daarna naar het postkantoor om de kerstkaarten op de post te doen (ze zullen pas eind januari aankomen). Aangezien Punta Arenas ons niet zo veel te bieden heeft besluiten we te gaan kijken in de "zona franco", een gebied even buiten het centrum waar belastingvrij kan worden ingekocht. We maken gebruik van de taxi collectiva, een soort taxi met een vaste route zoals een lijnbus maar dan zonder vaste haltes, waar je voor drie peso's per rit kunt mee rijden.
Om 3 uur vertrekken we met een lijnbus naar Puerto Natales, een stadje met 1500 inwoners wat ca. 250 km noordelijker ligt. Tijdens de busreis zien we de eerste grote dieren op onze tocht zoals Nandu's, Guanaco's, Jan van Genten en Flamingo's. Ondanks deze dieren is de busreis van 3 uur erg saai door de eentonigheid van het landschap. Zelfs zo eentonig dat de buschauffeur dreigt in slaap te vallen. Puerto Natales heeft nog minder te bieden dan Punta Arenas, Helemaal niets dus.
De bus van Scott's travel staat de volgende dag om 9 uur voor de deur om ons naar het Nationaal park "Torres del Paine" te vervoeren. We worden afgezet bij Guarderia Laguna Amargha waar onze trektocht zal beginnen. Hier wachten ook de Gaucho's met de paarden op ons om een deel van de bagage de komende dagen te vervoeren.
Na een korte lunch vertrekken we in NW-richting over een goed aangegeven pad richting ons eerste kampement, Camp Seron. Hoewel het af en toe regent wordt onze kleding niet nat door de harde wind die er staat. Na ruim 4 uur bereiken we het kamp. Als we bij de paarden komen wacht ons een verrassing. Hoewel we de avond ervoor alle etenswaren keurig verdeeld hadden, is tijdens het overpakken door de gaucho's alles door elkaar gegooid en hebben zij slechts eten bij zich voor twee dagen. Dit en de nog steeds slechte werking van de branders doet de stemming omslaan, gelijk het weer, zodat we onze maaltijd in de regen moeten op eten. Wim regelt ondertussen dat de gaucho's ook de rest van het voedsel gaan ophalen. Zoals te verwachten zijn ze daar niet zo blij mee.
De volgende ochtend zijn de gaucho's in geen velden of wegen meer te zien. In stralend weer gaan we op pad richting Refugio Dickson. Het is een gemakkelijke en lichte tocht waarvan het tweede gedeelte ons voert langs de Torres del Paine. Onderweg stuiven de gaucho's ons voorbij met hopelijk al onze voorraden. Als we bij de Refugio aankomen blijkt dat alle slaapplaatsen al bezet te zijn. ondermeer door een Nederlandse groep van Himalaya trekking. Niet dat het wat uitmaakt aangezien we toch in onze tenten slapen.
Die groep is bezig met ongeveer dezelfde reis als wij alleen in omgekeerde richting. De groep komt net uit Vuurland en heeft hier inspirerende verhalen over. De gaucho's hebben onze gehele voedsel voorraad bij deze hut gebracht en willen zo snel mogelijk weer vertrekken. Nu ook blijkt dat we niet zo gelukkig hebben ingekocht, avondeten is er genoeg maar het ontbijt en de lunch zullen de komende dagen de nodige problemen gaan opleveren.
Ondanks een karig ontbijt hebben we er toch zin in en het tempo ligt ook hoog. De gehele ochtend lopen we door bossen zonder veel uitzicht. Na de lunch verandert dit, als we even later langs de gletscher Los Peros lopen zijn we de saaie ochtend vergeten. We kamperen hier in de buurt, in campemento Los Peros. Na het eten kunnen we genieten van twee Condors die ons laten zien wat thermiek is. De kou wordt verdreven door het kampvuur en de whisky.
De andere groep slaapt nog als wij ons kamp opbreken voor een zware en lange tocht naar Paso John Gardner. Het pad klimt door struikgewas en modderige vennetjes. Hoewel de pas zich maar op 1240 m bevindt worden we beloond met een gigantisch uitzicht op de gletscher Grey en de daar achter liggende Patagonische ijskap. Met name het licht op de ijskap doet je denken dat je op een andere planeet bent. Als de laatste van de groep doodmoe de pas bereikt heeft, zitten wij te verkleumen van de kou. Ondanks het mooie uitzicht worden we van de pas verdreven door de koude wind. Via sneeuwvelden wordt al skïend afgedaald. Daarna volgt een lange en zeer steille traverse door een dicht bos naar de rand van de 700 m lager liggende gletscher. Al snel laten we gedrieën (Piet, Ineke en ondergetekende) de rest ver achter ons. In campo del Paso moeten we meer dan een uur wachten voordat de laatsten hier ook arriveren. Ze hebben erg moeten afzien en klagen over dat ze honger hebben. Iets dat we allemaal hebben. We houden een lange rust pauze, zodat iedereen weer wat op krachten kan komen. Piet en ik overleggen met Wim tot hoever wij lopen, dat de Refugio Grey, op 5 uur lopen, niet haalbaar is. Wim wil dit echter toch proberen.
Het vervolg van de trail is niet zo problematisch en steil doch het zelfvertrouwen van een enkeling is volledig verdwenen. Als we dan ook nog eens een 40 tal meters aan een touw moeten afdalen is het duidelijk. De eerst volgende mogelijkheid tot kamperen moet worden aangegrepen. Een aantal zitten er volledig door heen. Om 7 uur kunnen we eindelijk onze tenten neerzetten op Campemento Chileno. Dat terwijl de Refugio Grey, met douches en warm eten, op nog geen uur lopen ligt. Maar zelfs het opzetten van de tenten is voor een enkeling al te veel. Zo komt deze bijzondere eerste kerstdag tot zijn einde.Het ontbijt op deze tweede kerstdag is verrukkelijk, dit ondanks de 5 crackers die we maar krijgen. We weten immers dat, op nog geen uur lopen, in de Refugio Grey we zoveel kunnen eten als we willen. Het pad naar de Refugio is fluitend af te leggen waarbij we een prachtig uitzicht hebben op de Grey gletscher. Als een troep hongerige wolven vallen we aan op het geserveerde ontbijt, brinta, brood en ham zijn in voldoende mate aanwezig. Alle problemen van de afgelopen dagen zijn vergeten als we onze tocht vervolgen voor een wandeling van 2,5 uur naar camp Pehoe. Een eenvoudig pad voert ons voor een groot deel langs Lago Grey alvorens het pad afbuigt naar het Lago Pehoe, waar we worden onthaald op een onwaarschijnlijk mooi turkoois meer. In de buurt van het meer slaan we ons kamp op. Voor ons kerstdiner hebben we om 8 uur een tafel geboekt in de refugio, helaas hebben ze daar dubbel geboekt, zodat we pas twee uur later aan tafel kunnen. Onze meegebrachte pakken wijn komen dan, tijdens het wachten, goed van pas. Gewapend met de nog resterende pakken wijn installeren we ons na het diner op de steiger aan het meer om te genieten van een adembenemend uitzicht.
De rest van het camp is nog in volle rust als Erie, Wim, Maurice en ik vertrekken voor een tocht naar de Torres. Zonder zware bepakking schieten we snel op en komen we voor het middag uur bij de Torres aan. In een soort reuzen amfitheater hebben we een schitterend uitzicht op de Torres, de bergen waar dit gebied z'n naam aan te danken heeft. Omdat de lucht helemaal dicht trekt en de Torres in een dikke deken van mist verpakt worden gaan wij maar weer terug naar het camp.
De laatste etappe volgt de oevers van het meer en vervolgens de Rio Grey. We lopen door een steppen landschap met uitzicht op de torres. Rond twee uur staan we bij het bezoekerscentrum van het nationaal park. Veel tijd om dit te bezichtigen is er niet aangezien de bus richting camping Laguna Pehoe direct vertrekt.
Camping Laguna Pehoe is een waar eldorado voor de kampeerder. Gelegen aan het Lago Pehoe met opnieuw uitzicht op de Torres del Paine.
Door twee busjes worden we de volgende ochtend opgehaald voor de terugreis naar Puerto Natales. In Puerto Natales blijven we een paar uur voordat we om zes uur in kunnen stappen in de bus naar Punta Arenas. Waar we weer in het ons bekende hotel Oviedo overnachten. Met een deel van de groep belanden we even later in een uitspanning op het Plaza de Armas, waar het erg gezellig en laat wordt.
De andere dag staat de verplaatsing naar Vuurland op het programma. Rond half één kunnen we eindelijk opstijgen in een vliegtuig, wat het best als een vliegende rioolbuis kan worden omschreven. Na een vlucht van een uur zetten we voet op het zuidelijkste vliegveld van de wereld, "Ushuaia" in Argentinië. In de middag maken we een wandeling door het stadje en bezoeken we het Vuurland museum.
Vandaag, de laatste dag van het jaar, bezoeken we met een gids het Nat. park Tierra del Fuego. De tocht wordt heel anders dan we hadden voorgesteld. Inplaats van een tocht boven de boomgrens, krijgen we een excursie door het bos, waar we om de paar meter gewezen worden op weliswaar mooie bloemen en mossen, maar die hebben we de afgelopen weken al genoeg gezien. Uiteindelijk bereiken we toch een mooie lunchplek boven op een top, met uitzicht op het Beagle kanaal.
Rond elf uur zit iedereen slapend aan tafel te wachten tot midernacht. In een nachtwinkel halen we nog snel een fles Champagne. Met deze spiritualiën luiden we 1994 uit. Het nieuwjaar's vuurwerk is spectaculair!!!. In het stadje worden wel zeker 5 vuurpijlen afgeschoten. terug op de camping wordt op verzoek van Wim en mij de in Santiago gekochte sterretjes te voorschijn gehaald en samen met de whisky wordt op deze wijze ons nieuwe jaar ingeluid.
Zondag 1 januari 1995
Het is een perfecte dag voor een rondvaart op het Beagle kanaal. Op de luxe catamaran Ezequiel MB wordt om 9.30 uur ingescheept. Voor een enkeling moet dit de hoogte punt van de vakantie worden, ze zullen niet worden teleur gesteld. Op de verschillende eilanden die we aandoen, benaderen we zeeleeuwen,aalscholvers, sternen etc tot op enkele decimeters. Ook andere watervogels kunnen we van dichtbij bestuderen, waarvan de "steamer duck" de meest grappige is. Vele fotorolletjes worden op deze dag dan ook vol geschoten. Het hoogtepunt wordt echter bewaard tot de middag, als de boot even later langs een kolonie albatrossen vaart. Ook ontwaren we gelijkertijd een dertigtal pinguïns in het water. Even later is het feest helemaal compleet als de catamaran aanlegt aan een eiland vol met deze koddige dieren. Schijnbaar zijn ze de boot gewend want ze lopen/zwemmen niet weg bij onze aankomst waardoor we ze op een halve meter kunnen benaderen. Waarschijnlijk staat op 1/3 van alle foto's van deze reis één of meer pinguïn.
De volgende dag zijn we om half twaalf op het vliegveld. Hoewel aangegeven was dat het vliegtuig om 12.45 uur zou vertrekken, word pas tegen drieën de bagage ingeladen. Op het moment dat kunnen instappen krijgen we te horen dat het vliegtuig te zwaar is beladen ivm de korte startbaan. Een deel van de rugzakken blijft achter en zullen met een later vliegtuig direct door worden gestuurd naar Buenos Aires. Na het opnieuw inladen van de bagage kunnen we eindelijk aan boord. Het begin van de start gaat voorspoedig maar op het moment van opstijgen knijpt de piloot in de remmen waardoor we slippend en driftend het einde van de start baan nadert, gelukkig krijgt de piloot het toestel weer onder controle zodat we even later weer in de vertrekhal aankomen. Het vliegtuig zou toch nog te zwaar zijn geweest volgens het grond personeel, volgens ons was er echter iets met het vliegtuig aan de hand. Onze aansluiting op Santiago en Amsterdam kunnen we nu ook wel vergeten als de laatste vlucht ook zonder ons vertrekt. Op het moment dat de militairen het vliegveld gaan afsluiten krijgen wij te horen dat we de komende nacht worden ondergebracht in hotel Fernadez. Als we daar even later arriveren word door Wim gemeld dat we morgen om 3 uur weer op het vliegveld worden verwacht voor een vlucht naar Santiago waar we dan om 24.uur zullen aankomen wat betekend dat de vlucht naar Amsterdam niet zal worden gehaald en dat we misschien nog een weekje in Santiago zullen blijven voor de volgende vlucht naar Amsterdam of dat we via Miami of Rio terug zullen vliegen.
De volgende ochtend worden we om 6.45 gewekt. We moeten om 7 uur op het vliegveld zijn en de taxi's staan gereed . Het lukt ons om op tijd te zijn. Om 7.30 uur arriveert Wim uiteindelijk. Er volgen vele gesprekken met allerlei belangrijke figuren. Het vliegtuig is niet geheel vol zodat een deel van ons mee kan vliegen naar Buenos Aires maar naar lang soebatten kan de gehele groep instappen.
We zitten in het vliegtuig naar Buenos Aires. Eindelijk zit het ons mee vandaag. In Buenos Aires moeten we eerst nog met de bus van het nationale vliegveld naar het internationale vliegveld aan de andere kant van de stad, waar de KLM al op ons staat te wachten.
Na een lange en vermoeiende vliegreis landen we rond het middag uur de volgende dag, 4 januari '95 op een ijskoud Schiphol.
Ter nagedachtenis aan Piet van Waas 16 april 1995